Ooit gehoord van Batumi of Batumi Raptor Count? Een naam die bij vogelliefhebbers van allerhande pluimage meer dan een belletje doet rinkelen. Batumi is een kuststad gelegen aan de Zwarte Zee, in het zuidwesten van Georgië, niet ver van de Turkse grens. In het najaar is er een jaarlijks terugkerend fenomeen waar te nemen: honderdduizenden roofvogels trekken van Oost-Europa en een groot deel van Rusland naar Afrika om daar te overwinteren. Sommige roofvogels maken tijdens de trek gebruik van thermiek, andere zijn dan weer actieve vliegers. Tijdens die trek mijden de vogels het vliegen over open water en volgen ze zoveel mogelijk de kustlijnen. Ook hoge bergkammen worden indien mogelijk ontzien. In Batumi zorgt de aanwezigheid van enerzijds de Zwarte Zee en anderzijds het Kaukasusgebergte ervoor dat de trek zich concentreert langsheen een smalle landstrook van ongeveer 15 km aan de westkust van Georgië, de zogenaamde ‘bottleneck’.  Batumi bevindt zich pal in het centrum van die bottleneck en is dan ook de uitgelezen locatie om de vogeltrek te observeren.

Een beetje voorgeschiedenis is hier wel op zijn plaats. In 2004 trekt het jong geweld Brecht Verhelst, Stijn Hantson en Nicolas Vanermen door de Kaukasus. Ze spenderen een week in Batumi om de trek van roofvogels gade te slaan. Brecht is onmiddellijk verkocht en droomt van een heus opgezette seizoenstelling om exactere aantallen te weten te komen.

In 2007 trekt Brecht opnieuw naar Batumi. Tijdens de piek van de wespendieventrek blijft hij er een 10-tal dagen tellen. Hij wordt vergezeld door onder andere Johannes Janssen. Er zijn op dat moment wel wat cijfers beschikbaar, maar de hoge aantallen overvliegende roofvogels doen de heren vermoeden dat die cijfers de realiteit bijlange niet benaderen. De ambitieuze jonge mannen slaan de handen in elkaar en besluiten een volledig seizoen trektellen te organiseren.
En zo geschiedde: in 2008 is de eerste editie van ‘Batumi Raptor Count’ een feit. Onder de deskundige leiding van de bezielers Brecht en Johannes en met hulp van Jan Putteman worden er op twee maanden tijd - van half augustus tot half oktober - maar liefst 812.665 roofvogels geteld. Om deze cijfers te bevestigen wordt in 2009 een tweede telseizoen op touw gezet. Er zijn meer dan 60 tellers die meehelpen en dat seizoen worden uiteindelijk 851.491 roofvogels geteld. Niet alleen geteld uiteraard, ook gedetermineerd: wespendief, grauwe kiekendief, steppekiekendief, zwarte wouw, visarend, dwergarend, steppearend, bastaardarend, schreeuwarend,… ‘Batumi Raptor Count’ (BRC) is een schot in de roos.

En plots, in september 2013, sta ook ik in Batumi. Twee weken vakantie. Dieter Coelembier weet Sharon Kesteloot enthousiast te maken over zijn eerdere telervaring daar. Hij gaat er opnieuw naartoe. Sharon ziet een reis naar Georgië helemaal zitten en stelt zich als doel te gaan socializen. Ik heb ondertussen de smaak van het fotograferen te pakken en wil maar wat graag mee. Voor we het goed en wel beseffen, staan we – na een vlucht via Kiev, Oekraïne – op Georgische bodem. We landen iets voor middernacht en worden afgehaald. Na een klein uur komen we aan in Sakhalvasho, een hogergelegen dorp even buiten Batumi. Daar bevindt zich de telpost en daar gebeurt het betere telwerk! We komen terecht bij ons gastgezin voor de komende twee weken: de familie Meladze. Het gezin bestaat uit een meisje van 16, haar broer van 17, de gastvrouw en haar schoonmoeder, die we al snel met babushka aanspreken (het Russisch voor ‘grootmoeder’). De man des huizes is op dat moment in Turkije aan het werk. We krijgen elk een kamer toegewezen. Blijkt achteraf dat de gastvrouw en babushka hun eigen kamers hebben afgestaan. En dat is nog maar het begin van wat Georgische gastvrijheid inhoudt.
 

 Onze eerste nacht is er ene van open ramen en tsjirpende krekels. Geen verkeer te horen. Er loopt ook maar één asfaltweg doorheen het hele dorp en die weg ligt er pas sedert vorige zomer. Het dorp bestaat uit 165 gezinnen/woningen, laten we ons vertellen. Er is één school, van het lager tot en met het middelbaar. Winkels zijn er niet. De meeste gezinnen zijn zelfvoorzienend: ze hebben een ruime tuin, op hellingen, met daarin overheerlijke komkommers, sappige tomaten, peterselie, bonen, vijgen, druiven, groene thee,… Er zijn walnoten en hazelnoten bij de vleet. Ze worden verwerkt in tal van plaatselijke gerechten. En dan zijn er nog mandarijnen, mandarijnen en mandarijnen. De honingbij is hier nog lang niet met uitsterven bedreigd. In elke tuin staan wel minstens 10 kasten, ter bestuiving van de mandarijnenboomgaard. Een gezoem van jewelste. Het gewemel van de bezige bijen lokt vogels die meer kleuren dan de regenboog hebben: bijeneters. We raken heel snel vertrouwd met hun unieke geluid. Ze kondigen hun komst al van ver aan en stunten vervolgens in groepjes boven onze hoofden. Je zal daar maar een bij zijn…



Zowat elk huis heeft een houten stalling met daarin minstens één koe. De koeien hier zijn een slag kleiner dan de koeien die we gewoonlijk bij ons zien. Onze koe des huizes is drie maanden zwanger. Ze krijgt de resten van tafel te eten: schillen van aardappelen, stukken watermeloen, afgeknabbelde maïskolven,… Overdag mag ze op stap met haar vriendinnen. ’s Avonds komt ze vanzelf terug naar huis, op een vast uur. Sharon mag, na wat vriendelijk aandringen, proberen om de koe te melken. Bij de eerste poging komt er nauwelijks een druppel melk uit de uier. Best dat babushka een handje helpt of de koe is na 24u zeker ontploft! Een zestal pogingen later lukt het haar om toch 2 cm melk in het emmertje te krijgen. En dan geeft de koe een trap en valt de emmer om. Weg melk…



Ontbijt met chadzjopoeri. Kaasbrood zeg maar. Met dat in je maag kan je zeker een paar uur voort. Bij het ontbijt wordt ook steevast verse tomaat en komkommer geserveerd. Vlees wordt niet vaak gegeten. Het is niet goedkoop en bovendien moet je ervoor naar Batumi, een dik half uur met de marsjroetka, de plaatselijke bus. De busdienst is een unieke ervaring. Eigenlijk zijn het bestelwagens die vaak hun beste jaren gehad hebben. Vier keer per dag vertrekt er een bus van Sakhalvasho naar Batumi en omgekeerd. Je betaalt 1 lari voor een enkele rit. Dat is ongeveer 0,50 euro. Er zijn geen echt vaste haltes: de chauffeur kan plots stoppen bij een winkel en inkopen doen voor iemand uit het dorp, of beter nog, één van de klanten vraagt de chauffeur om te stoppen aan een winkel om sigaretten te kunnen gaan halen.



We zijn uiteraard benieuwd naar de plaats waar het trektellen gebeurt. Er wacht ons een heuse klim. Op de telpost staat een mengelmoes van nationaliteiten: Fransen, Belgen, Finnen, Duitsers, Denen, enzovoort. Allen even enthousiast. Hoe ze die vogels van zo ver herkennen, petje af! Elke teller heeft een telzone toebedeeld gekregen en je merkt dat ze goed op elkaar ingespeeld zijn. Eén van hen loopt constant over en weer om de telgegevens rechtstreeks in een zogenaamde palmtop in te voegen. De tellers worden omringd door toeristen – gescheiden van de tellers door een lint - uit minstens evenveel landen. De ene met een camera die nog indrukwekkender is dan de andere, de ene ook al met een groter ego dan de andere. En plots passeren enkele wespendieven van wat we als heel dichtbij ervaren en dan hoor je enkel en alleen nog klikklikklik.

Telpost 1 en 2 - de tweede enkele kilometers verder landinwaarts en te zien met verrekijker - staan constant in verbinding met elkaar en houden elkaar op de hoogte van wat er zoal passeert uit welke richting. Op sommige momenten is het rustig, op andere barst de hel los, of beter: de hemel open. We weten even niet waar we het hebben als de eerste kelken roofvogels sierlijk voorbijzweven. Terwijl we staan te genieten, horen we links en rechts af en toe schoten vallen. Jagen is een traditie en maakt deel uit van het dagelijkse leven hier. Je volgt de overvliegers gespannen en hoopt dat er geen uit de lucht geknald worden. De schoten worden – net als de vogels – geteld en geregistreerd.

Ons verlof vliegt voorbij (wat wel vaker het geval is met verlof) en voor we er erg in hebben zijn we terug aan de o-zo-vlakke Belgische kust. Via de site volgen we de aantallen op de voet. De teller stopt op 1.229.199 roofvogels.



Het is voorjaar 2014 en ik heb opnieuw een vlucht geboekt naar Batumi. Deze keer via Istanbul (wegens hommeles in Oekraïne). Catherine Sergooris vergezelt me. Na een gemiste aansluitende vlucht en een extra nachtje Istanbul, komen we aan op onze bestemming. Het is midden augustus en bloedheet. Brecht wacht ons op aan de luchthaven. Op weg naar ons gastgezin maakt hij ons echt wel nieuwsgierig; er zijn kennelijk nogal wat veranderingen gebeurd in Sakhalvasho.
Het is een happy weerzien met de familie Meladze, hetzelfde gastgezin als vorig jaar. De man des huizes is thuis en dat zullen Catherine en ik geweten hebben. Tchatcha, een plaatselijk gestookte sterk alcoholische drank, ligt letterlijk en figuurlijk goed in de mond. En je Russisch wordt er zowaar beter van!

Alle huizen van de gastgezinnen in Sakhalvasho hebben nu een soort van naamplaat, zodat je onmiddellijk weet bij wie je bent. Handig, want huisnummers zijn er niet. De officiële trektelling is nog niet gestart, maar de drang is toch te groot om aan te weerstaan; ik wil de berg op naar telpost 1 om Catherine te tonen waar het allemaal te doen is. Tot mijn grote verbazing is het laatste en ook meest steile deel van de klim grondig aangepakt: er is een trap! De beklimming is op slag een pak menselijker en er wordt minder gehijgd. En ook de telpost zelf is bijna niet meer te herkennen. Waar we vorig jaar nog voor regen of felle zon schuilden onder een blauw tentzeil, is nu een heuse houten shelter opgetrokken.

 

2013

2014

Een uitstap naar Chorokhi Delta aan de andere kant van Batumi (de IJzermonding tot een tiende macht zeg maar) doet het verlangen naar vogelspotten toenemen. Zwarte ibis en hop komen enkele keren naar ons - de exoten van dienst - kijken. Mijn dag kan niet meer stuk als ik een roerdomp zie opvliegen op enkele meters voor me. Met Catherine als reisgezel ligt de focus nog meer op het fotograferen dan het jaar ervoor. Bijeneter, hop, scharrelaar en kleine klapekster en nog tal van andere vogels passeren de revue.

En dan is de dag van de officiële start van de telling aangebroken: 17 augustus 2014. Meteen de eerste dag dat we mogen genieten van een kelk wespendieven. Alsof ze zaten te wachten tot de tellers van dienst hun plaats hadden ingenomen. Uren turen door de telescoop geeft me weer dat heerlijke gevoel. En of ik hier graag ben! Omdat we hier dit jaar vroeger in het seizoen zijn dan vorig jaar, zien we ook veel andere vogels. De regel is zo’n beetje: hoe later op het telseizoen, hoe groter de roofvogels. Neem het van mij aan, elk tijdstip heeft hier zijn charmes. De laatste drie dagen van ons verblijf vliegen de wespendieven ons om de oren. Time flies when you’re having fun en plots zitten we weer op het vliegtuig richting België. Onze bagage laat nog een paar dagen op zich wachten, maar het belangrijkste - het fotomateriaal – hebben we bij de hand. En weer volg ik de stand van zaken: seizoen 2014 sluit af met 1.384.548 roofvogels.

BRC is in de loop van de jaren ferm uitgebouwd: de roofvogeltelling is al een paar jaar uitgebreid met een jaarlijks terugkerend bird festival, waar ornithologen van over heel de wereld naartoe komen. Daarnaast is ook het ecotoerisme een begrip geworden: natuurliefhebbers (vooral vogelaars en fotografen) plannen een uitstap naar Batumi en verblijven, net als de tellers, bij de uiterst gastvrije plaatselijke bevolking van Sakhalvasho. De dorpelingen worden volop bij het project betrokken: voor een vergoeding stellen ze hun huizen ter beschikking van het project en sommigen van de dorpelingen zijn ondertussen echte medewerkers geworden van BRC. De mannen van BRC hebben nog heel wat plannen. Zo willen ze de lokale jachttraditie proberen in te perken, door sensibilisatie van de jongeren via workshops en themakampen. Bovendien wordt er nauw samengewerkt met de regering, niet onbelangrijk voor subsidies en naar sensibilisering toe.

De gastvrijheid, de sfeer op en rond de telpost, de sierlijke en indrukwekkende roofvogels, de adrenaline als de vogels voorbijzweven, het uren wachten dat dubbel en dik beloond wordt, het vele camerageklik, de zeldzame waarnemingen, de interessante mensen die je er leert kennen,…  Batumi is een aanrader. Ik heb er alvast mijn hart aan verloren.

2015, 19 september en ik sta op de luchthaven van Zaventem, gepakt en gezakt om terug naar Batumi te vertrekken. Deze keer reis ik alleen, dat dacht ik toch ten minste. In de luchthaven kwam ik een aantal mensen tegen van Mergus die ik kende. Ze hadden ook een reis geboekt met Starling naar Batumi.

Het voelde zo goed om terug in Sakalvascho aan te komen. Zoveel mensen die ik al ken daar, zoveel gezichten die mij herkennen... Een blij weerzien met het gastgezin Meladze, dat gaf me een gevoel van thuiskomen. Maar toch is het die berg, de telpost die me roept. Het is al 17u maar ik wil nog naar boven, maar ben er niet geraakt. Onderweg ben ik langst het huis van de tellers gepasseerd en daar werd ik tegen gehouden om mijn aankomst te vieren met een pintje. Happy weerzien met een deel tellers en veel nieuwe, interessante mensen leren kennen. I love it.

Tweede dag. Aangezien ik nu op het einde van het seizoen hier ben, zal ik sowieso meer arenden zien. Dat was mijn grote hoop en die kwam al van dag 2 uit. Een keizerarend werd afgeroepen boven op de telpost. "Hij komt recht naar ons!". Plotseling had iedereen een camera vast. Hoe dichter de arend kwam, hoe meer geklik je hoorde. Wat een prachtbeest, hij vloog heel laag over, zo laag, dat je even niets anders dan geklik hoorde en als hij weg was, hoorde je een zucht van opluchting. Er hadden verschillende mensen al tranen in de ogen. Iedereen die een camera vast had, checkte vlug zijn foto's. Sommigen vloekten omdat belichting niet goed was, kaart vol was, of batterij leeg was, maar de meesten hadden een smile tot achter hun oren. En ja, ik was 1 van hen! Dag 2 en mijn vakantie kon al niet meer stuk.

Ik deel mijn kamer met Odee, een gedreven vogelaar met een leuk gevoel voor humor. Eentje waar ik nog veel van kan bijleren! Elke ochtend tijdens zijn verblijf, trokken we op pad om kleine vogeltjes te spotten. Dat viel elke keer wel tegen. De droogte in de laatste 2 maanden heeft ervoor gezorgd dat de vogels hier niet landen of blijven rondhangen... Dan maar focussen op iets anders. Arenden! Ik was van plan van de Batumi Eagle Week mee te volgen, maar het programma beviel me niet echt. Uitstap naar M'tirala National Park, is leuk, maar daar moet je niet naartoe om arenden te zien... Who needs Batumi Eagle Week eigenlijk als je een Odee mee hebt :-). Schreeuwarend, dwergarend, bastaardarend, zeearend, slangenarend, steppearend, visarend en natuurlijk bovenstaande keizerarend, allemaal heb ik ze mogen bewonderen! Buiten roofvogels stond het woudaapje hoog op mijn lijstje van "te spotten vogels", dus een tripje naar Choroki Delta moest er zeker bij. Samen met Filiep en Odee hebben we een fiets gehuurd in Batumi, om zo de dijk af te fietsen naar Choroki Delta. Eens aangekomen daar, op een uitkijkpunt (lees einde van de weg), spotte Filiep al onmiddellijk een purperhoen. Porseleinhoen liet ook niet lang op zich wachten. Ik vroeg Filiep nog met puppy-eyes of hij ook een woudaapje voor me kon spotten, nog geen 3 minuten later glipte mijn naam tussen zijn tanden.... "Wim... kom eens kijken, daar zit een woudaapje!". Hij vroeg me onmiddellijk wat ik nog wilde zien, maar een zeearend op 10 a 15 meter overvliegend, was een beetje teveel van het goede gevraagd. Dagje geslaagd, bedankt Filiep! Het Groen café is elke avond open. Ideale plaats om de tellers en andere toeristen beter te leren kennen. Stel je wel niet teveel voor van het woordje "café". Merendeel van de tijd kan je alleen bier of tchatcha drinken, maar ambiance is er steeds. Halverwege mijn reis heb ik afscheid genomen van Odee, nu was de kamer van mij alleen. We hadden wel een leuke Zweedse man leren kennen, daar heb ik nog veel mee opgetrokken. In de voormiddag is er minieme trek, pas vanaf een uur of 11 komt dat goed op gang. Tijd voor nog een uitstapje naar Choroki Dellta. We zijn met de auto en buiten mijn Zweedse vriend, zijn er nog een Amerikaan en een vrouw waarvan ik de nationaliteit schuldig moet blijven. Er was niet veel te zien in de delta, tot we besloten naar de telpost te gaan. We stappen terug de auto in, vertrekken richting Sakalvasho en wie staat er daar om de hoek? Vliegt niet weg? Stokstijf? Een roerdomp! Nu, ervaring heeft me al geleerd nooit mijn camera weg te steken als we buiten stad rijden. Dus, Clas doet zijn raam open, en ik trrek foto van de roerdomp. Nu moet je weten dat ik op stap was met een 300 mm f2.8 lens met een extender X2, dus 600 mm en dat die roerdomp (die ook in Georgië zeldzaam is) op 1.5 meter van onze auto zat. hier is dus de niet gekropte versie van de foto van de roerdomp.

Over fotografie gesproken, ik heb dus een beestige lens meegekregen van een goede vriend van mij, Patje Buf, om foto's te trekken in Batumi. En die lens bevalt me ten zeerste! Ik heb enkele prachtfoto's kunnen maken. Anna, een gedreven meisje die een project over de jacht leidt in Batumi, heeft zelfs een heel deel van mijn foto's gevraagd om te gebruiken op de achtergrond tijdens haar  interview op Hongaarse televisie. De uitzending vind je hier.

Meer info:

Dit artikel verscheen gedeeltelijk in het tijdschrift van Natuurwerkgroep De Kerkuil vzw, 17de jaargang nummer 67, april, mei, juni 2015

Geschreven door Sharon Kesteloot en Wim Bovens